OP HET PODIUM MET NIET-AANGEBOREN HERSENLETSEL

Schrijfsels over NAH

  • Blog

De laatste tijd betrap ik me op enige onzekerheid rondom mijn eigen voortbestaan. Juist ik, nooit ziek geweest… op een coronavirusje na,  nooit aan wat dan ook voor medicatie gehoeven, noot iets gebroken of geopereerd geweest, op amandelen knippen na, kortom de gezondheid zelve. Tenminste dat denk ik... Hoe luxe kun je het hebben vind ik! Zo gezond als een vis, mijn leven lang! Normaal gesproken… energie voor tien!  En dat terwijl ik mijn omgeving zie voort ploeteren op energie- en gezondheidsgebied… inclusief pillenslikkerij.

Wel is er sinds mijn onlangs gekneusde ribben en blauwe benen-val in Amsterdam op 3-hoog, ik was in mijn eentje, een bom onzekerheid in me geslopen. 

Nog net niet bij iedere stap en trap of fietstripje denk ik:

  • Goed de trapleuning vasthouden en goed kijken waar de eerste trede is en vooral de laatste.
  • Niet met twee volle handen een trap op of af gaan.
  • Mijn voeten optillen bij ongelijke stoeptegels of boom wortels.
  • Stoepranden, zijn ze schuin hoog of laag?
  • Niet teveel tassen aan mijn fiets anders val ik om.
  • Ik steek maar met de fiets aan de hand over bij stoplichten, anders bots ik misschien tegen iemand aan en vallen we.
  • Als het hard waait en ik fiets langs het water denk ik ‘Oei dadelijk komt er een windhoos en lig ik erin’. 
  • Ik denk: Liggen er hier geen losse snoeren van lampen cq huishoudelijke apparaten in de weg?
  • Als ik in de douche stap, ligt mijn telefoon in de buurt zodat ik erbij kan als ik uitglijd.
  • Wat als ik 's nachts een hartstilstand krijg, wie is de eerste die mij zal vinden?
  • Hoe lang zou ik moeten liggen voordat ik gevonden word?
  • Zal ik voortaan 's nachts mijn smartwatch aanhouden, daar zit een 112 alarm op EN bovendien mijn drie kinderen, maar vergeet ik dat dan niet?
  • Of net als ik deed voor mijn terecht onzekere NAH-Lief, zal ik ook voor mezelf zo’n alarm apparaat van levensbelang aan gaan schaffen?
  • Ik laat (uh… overdag) de poort en de achterdeur open, kunnen ze altijd binnen.
  • Ik ben blij als mijn buren terug zijn van een vakantie, zij hebben de sleutel van mijn huis… en het telefoonnummer van mijn sinds kort dichtbij wonende zoon.
  • Als ik ver moet rijden, wat regelmatig aan de orde is, denk ik, kom ik weer thuis, een ongeluk zit in een klein hoekje!

Je leest het al… de onzekerheid heeft me in de greep… mij... die eigenlijk altijd geleefd heeft binnen het motto: ‘Geen paniek, angsten en/of zorgen totdat het tegendeel bewezen is!’

Ik begrijp mezelf niet meer, maar weet wel dat ik er ‘dood’(haha)vermoeid van word. Dat mijn Lief door zijn NAH onzeker is denk ik te begrijpen, maar mezelf begrijpen? No-Way!! 

Ik ben geen alleenstaande, wel ben ik heel vaak, door de energie-beperking van mijn Lief, een alleengaande. Woon en doe het overgrote deel in mijn eentje.

Ik bekijk mezelf kritisch en stel me  vragen zoals: 1. Val ik nu echt in de ‘kwetsbare’ leeftijdsgroep? 2. Hoe realistisch zijn mijn onzekerheden? 3. Waar komen ze vandaan, zo ben ik toch niet? 4. Is ‘onzeker zijn’ besmettelijk? 5. Heb ik misschien teveel zorg-gemanteld en nu een burn-out?

Punt 4 is het zeker niet! Dan zou ik minstens ook met NAH zijn besmet.

Ik roep mezelf tot de orde en verbied mezelf mijn angsten ‘realistisch‘ te noemen. Al las ik vanmorgen toevallig dat in Roosendaal onlangs een man van het fietspad af in een sloot is gewaaid, dat een meisje in de verte een lichtje in het water zag schijnen, er op af is gegaan en 112 heeft gebeld. Oeps! Kan dus toch!

Onlangs paste ik op mijn jongste kleindochter van vier jaar. Toen ik met haar thuiskwam van school zag ze in de gang een piepklein spinnetje. Vertederd aanschouwde zij het spinnetje en ik haar. ‘Mijn papa (mijn jongste zoon) maakt altijd alle spinnen in ons huis dood’, vertelde ze ‘en dat vind ik heel erg’. Zoals een oma hoort te doen riep ik dat dit mijn huis is en dat dat spinnetje van mij gerust hier in mijn huis mag blijven leven EN wonen. Opgelucht riep zij toen: ‘ Dan moet ie wel een naam hebben!’ ‘Die mag jij dan verzinnen, want jij hebt hem gevonden’, zei ik.  En de ini-mini-spin kreeg de naam van haar poes, Blacky. Ze dartelde blij en opgelucht verder met de opmerking dat het spinnetje ‘een veel te goed leven had om nu al dood te gaan’. En... sprong  van de trap, daarbij de onderste trede overslaand… Uh... oeps!

En ik? Niks geen besmetting meer met het onzekerheidsvirus. Niks geen valpartijen, hartstilstanden of verdrinkingsdood-angsten. Ik heb, net als spin Blacky, een veel te goed leven om nu al dood te gaan!

Truike xx