Sommige woorden roepen bij mij een nare smaak op. Ook qua emoties ben ik niet juichend als ik ze hoor.
ARBEIDSONGESCHIKT is een woord wat ik verschrikkelijk vind. Met name het tweede deel ongeschikt. Het is synoniem aan onbekwaam, onbruikbaar, niet beschikken over de juiste benodigde of passende eigenschappen. Het is een naar gevoel alsof je niet kan deelnemen aan de maatschappij... Onbruikbaar, nou dan kan je de kliko in. Daar zitten medelotgenoten in in die kliko allemaal spartelend en zoekend naar wat nu, hoe nu, wat kan ik nog maken van mijn leven, hoe verder.
De ene spartelt met vragen rondom zijn gezin, de andere rondom levensvragen, de volgende over zijn afhankelijkheid en ga maar door. Ik spartelde er ook vrolijk op los, nou ja vrolijk, meer somberend, want het was een hele verandering. Ook de aanloop naar het moment van keuring was een hele marathon. Ik probeerde en probeerde mijn werk te behouden. Dit ging ten koste van deelname aan het maatschappelijk verkeer. Op een bepaald moment was alles op een laag pitje. Het enige was werk, koken (mijn man kan niet koken) en proberen middels allerlei therapieen toch weer geschikt te worden... Landen wat er gebeurd was met mij kost ook veel tijd en energie en dat gebeurde niet, immers ik ging door.
En dan komt de dag... de arbeidsdeskundige had een rapport gemaakt. Ruim vijftig pagina's groot met allemaal wat niet meer kon, heel confronterend... En nog dacht ik: het lukt me wel, ik wil het laatste stukje behouden. Ja, ik ben koppig! Maar de keuringsarts had een ander idee. Hij keurde me meteen af voor meer uren dan ik verwacht had. Tja ongeschikt, vergeet je werk.
Toen ik thuis kwam was ik prompt mijn autosleutel kwijt terwijl ik zelf niet gereden had. Hoe dan, die vond ik pas een jaar later. Eigenlijk was dit ook wel het signaal dat het niet meer kon. Na weken piekeren vond ik een andere term voor arbeidsongeschikt, voor mij een andere term: ANDERSGESCHIKT. Want ik neem wel degelijk deel aan de maatschappij, alleen anders. Ik heb tijd! Een vreemde kan een praatje met mij maken en dat hebben veel mensen gedaan. Ik heb tijd om te luisteren. Ik zwaai en lach bewust naar mensen. En soms krijg ik een lachje terug. Ik ben bij verenigingen gegaan en ben creatiever. En met een betere balans ook liever!